Een kijkje in het depot van Herinneringscentrum Kamp Westerbork

Westerbork - Toen Ruth David vier of vijf jaar oud werd kreeg ze voor haar verjaardag een geel houten eendje op wieltjes. Gemaakt in de speelgoedwerkplaats van Kamp Westerbork.

Het felgele houten beestje wordt zorgvuldig bewaard in het depot van Herinneringscentrum Kamp Westerbork. Onzichtbaar, tot conservator Guido Abuys met een draai aan een groot zwart wiel de stellingen onthult die achter een groot, grijs blok schuilgaan.

De brieven, foto’s en voorwerpen die erfgenamen of toevallige vinders schenken aan het Herinneringscentrum komen in dit depot terecht. Ze worden daar -onder de best mogelijke klimaatomstandigheden- opgeslagen. ,,Regelmatig controleren we de conditie van de hele collectie”, vertelt Abuys.

Drempel verlagen

Woensdag is de actiedag Niet Weggooien, ongeveer vijftien jaar geleden bedacht door verschillende Nederlandse archief- en oorlogsinstellingen. Het doel van de dag? De drempel verlagen om spullen met een link naar de oorlog te doneren, zodat het behouden blijft voor de toekomst. ,,We voorzien daarmee in een behoefte”, zegt Abuys. ,,Er ligt nog veel materiaal op zolders, maar mensen weten vaak niet waar ze ermee naartoe kunnen.” 

Deze actiedag staat in het teken van Nederlands-Indië. Niet alle instellingen hebben iets met dit thema. Het Herinneringscentrum wel, van 1950 tot 1971 werden gedemobiliseerde KNIL-militairen en hun gezinnen opgevangen in Woonoord Schattenberg. Maar wat voor voorwerp iemand meeneemt maakt niet uit. De instellingen fungeren als doorgeefluik voor elkaar. Past iets bijvoorbeeld niet in de collectie van het Herinneringscentrum, dan weet Abuys waar het voorwerp wel een goede plek kan krijgen.

Van brieven nooit genoeg

In ‘zijn’ depot laat Abuys zien hoe met de spullen die binnenkomen wordt omgegaan. In de stellingen rechts ligt alleen papier. Brieven, foto’s en documenten zijn opgeborgen in mappen, elk voorzien van een speciale code. ,,Mensen denken vaak: briefjes hebben jullie vast genoeg. Maar elke brief vertelt een ander verhaal, het gaat over een individu. De briefschrijver vertelt vaak ook iets over familieleden, waarmee je weer een deel van de familiegeschiedenis kan reconstrueren.”

De spullen die mensen schenken aan het Herinneringscentrum worden meteen geregistreerd. De schenker ondertekent een schenkingsovereenkomst en kan, als men dat wil, een scan van het document terugkrijgen. De stukken worden vervolgens gekoppeld aan de database van het centrum.

Levensteken uit Sobibor

We nemen de proef op de som. In de willekeurig gekozen map zit de brief die Elly Herschel op 28 augustus 1943 schreef vanuit Arbeitslager Wlodawa. ,,Ah, dit is een topstuk”, glundert Abuys. ,,Een unieke briefkaart. Herschel schreef nog één andere brief, die ligt bij het NIOD in Amsterdam.”

De brief is uniek omdat hij is geschreven in Sobibor, vertelt Abuys. In tegenstelling tot de overgrote meerderheid van de naar Sobibor gedeporteerden werd Herschel niet meteen bij aankomst vergast. Zij moest aan het werk. ,,Er zijn maar achttien Nederlandse Sobiboroverlevenden. Dat maakt elk levensteken uit dat vernietigingskamp uniek”, stelt Abuys.

Herschel schrijft dat ze op de strijkafdeling werkt. En dat het eten goed is. Ze hoopt dat de geadresseerde, Hartog, haar snel terugschrijft. Twee maanden nadat ze de brief schrijft is ze dood. Op de briefkaart zit een rode postzegel met daarop het gezicht van Hitler.

,,Waarschijnlijk is ze omgekomen bij de opstand in Sobibor”, weet Abuys. Ondanks dat hij dit werk al jaren doet, wordt hij nog steeds geraakt door zo’n brief. ,,Als ik me realiseer hoe uniek dit is gaan mijn haren nog steeds recht overeind staan. Historische sensatie, noemen ze dat.”