‘Lotgenoten begrijpen dat je een groot verlies niet zomaar achter je laat’

Westerbork - Hoe ga je verder met je leven als je je partner of kind bent verloren? Vaak is het een storm van emoties in het hoofd van degene die achterblijft. Een wirwar aan gevoelens die de verwerking van het verlies in de weg staan.

Predikant Melle Leffers uit Westerbork houdt daarom in januari volgend jaar voor de zesde keer de cursus ‘Leven na verlies’, waar hij mensen in groepsverband bij de hand neemt om zo samen stap voor stap het leven weer op te pakken.

Verlies een plek geven

Mensen die een dierbare verliezen krijgen aanvankelijk genoeg aandacht en medeleven uit hun omgeving. Maar na verloop van tijd zwakt die aandacht af. Terwijl de ‘achterblijvers’ daar nog volop behoefte aan hebben. Melle Leffers komt als predikant vaak in aanraking met deze mensen. ‘Weduwen en weduwnaars. Ouders die hun kind zijn verloren. Ik ken hun behoefte om erover te praten, hun verlies een plek te kunnen geven. Zeker als de aandacht van anderen wegebt. Zo is ook deze cursus ontstaan. Ik ben 10 jaar predikant geweest in Stadskanaal, daar ben ik hiermee begonnen. En nu doe ik het alweer voor de zesde keer in Westerbork. Als kerkelijke gemeente vinden we het belangrijk midden in het dorp te staan en iets voor het dorp te betekenen. Hoewel er tevens mensen uit omliggende dorpen komen. Dat geeft wel aan dat er behoefte aan is. Elke keer zijn er ook voldoende aanmeldingen om de cursus ‘Leven na verlies’ te kunnen houden.’

Voordat de groep wordt samengesteld, vindt er eerst een intakegesprek plaats. Leffers: ‘Ik moet namelijk weten of deelnemers openstaan voor deze groep. Of ze het kunnen opbrengen verhalen van lotgenoten aan te horen en hun eigen gevoelens kunnen uiten. Mensen die bijvoorbeeld erg depressief zijn verwijs ik door naar een vorm van therapie die beter bij hen past.’

Voor iedereen

Hoewel Leffers de cursus initieert vanuit de kerken in Westerbork is kerkelijke betrokkenheid zeker géén vereiste. Als iemand kracht put uit het geloof, prima, maar de groep is er voor iedereen. Wat ik wel doe, is elke sessie een kaars aansteken, als universeel symbool voor licht, hoop en perspectief.’

De uiteindelijke groep bestaat uit maximaal zeven personen, die acht keer bijeen komt. ‘Ik houd’, zegt Leffers, ‘de groep bewust klein zodat iedereen de aandacht krijgt die hij of zij verdient. Want dat is zeker nodig. Deze mensen hebben een zeer ingrijpende ervaring achter de rug. Gevoelens van verdriet, gemis maar ook boosheid en jaloezie. Waarom overkomt mij dit? Waarom zijn anderen nog wél samen? Of schuldgevoel, zeker na een zelfdoding. Je leven staat op z’n kop en hoe moet je nu verder? Hoe verwerk je dit? En dat is niet gemakkelijk. De Duitsers noemen rouwverwerking ‘Trauerarbeit’. Daar zit het woord ‘Arbeit’ in, werken. En verdriet verwerken is ook werken. Zie het als het lopen in een doolhof. Soms kun je ergens niet verder, moet je eerst terug om vervolgens het juiste pad te vinden. Dat pad is voor ieder mens verschillend. Een eindpunt is er echter niet. Het verlies is nooit over of voorbij. Je gaat verder met je leven en leert hopelijk gaandeweg, met vallen en opstaan, een manier te vinden om met het verlies om te gaan, je op een nieuwe manier te verhouden tot degene die je verloor.’

Herkenning en erkenning

Lotgenoten, weet Leffers uit jarenlange ervaring, praten daar beter over met elkaar dan met ‘buitenstaanders’. ‘Je vindt in zo’n groep herkenning en erkenning. Iedereen maakt immers min of meer hetzelfde mee, heeft dezelfde gevoelens. Kijk, een ander kan je – goed bedoeld - wel proberen op te beuren, zeggen dat je je zinnen moet verzetten en door moet gaan met het leven, maar die krijgt dan vaak te horen ‘jij hebt makkelijk praten, je weet niet wat het is’. En dat is ook zo. Tussen lotgenoten is er meteen dat wederzijdse begrip en steun naar elkaar toe. Zij begrijpen dat je zó’n groot verlies niet zomaar achter je laat.’

Geen groep, gaat Leffers verder, is hetzelfde. ‘Het is ook altijd spannend voor mij hoe mensen op elkaar reageren. En de eerste sessie is ook zeker spannend voor de deelnemers. Wat kan ik verwachten? Hoe open durf ik te zijn? De tweede keer is iedereen bekend met elkaar en is die spanning er grotendeels vanaf. En mijn ervaring is dat mensen uitkijken naar de derde keer en twijfelaars – zal ik weer terugkomen? - ook over die drempel heen proberen te helpen.’

Iedereen heeft een eigen verhaal, maar de pijn is hetzelfde. Leffers: ‘Of je je partner nu bent verloren na een lang ziekbed of plotseling na bijvoorbeeld een hartaanval of een ongeluk: je voelt je eenzaam en verdrietig. Dan maakt het niet uit of je 50 of 70 bent, man of vrouw.’         

Mannen vereenzamen sneller

Over dat laatste gesproken: Leffers geeft aan dat de groepen vaak uit vrouwen bestaan, terwijl ook mannen meer dan welkom zijn. ‘Vrouwen gaan anders om met rouwverwerking. Ze zijn opener en meestal ook gewend om zonder man een huishouden draaiende te houden en sociale contacten in stand te houden. Omdat ze dat altijd al deden. Vrouwen zoeken elkaar ook sneller op en redden zich na het wegvallen van de partner over het algemeen beter. Een man die zijn vrouw verliest voelt zich vaak ontredderd, blijft thuis zitten en vereenzaamt sneller. ‘Wat moet ik nou? Mijn vrouw deed thuis altijd alles’. Als ik een man in de groep heb, heb ik er altijd graag nog één bij. Omdat zij hun gevoelens als ‘mannen onder elkaar’ beter bij elkaar kwijt kunnen. Maakt allemaal niet uit, als ze zich maar uiten.’

Het praten in de groep helpt echt, besluit Leffers. ‘Tijdens de gesprekken horen de deelnemers van elkaar hoe ze omgaan met het verlies. Dat verlicht niet alleen het verdriet, maar je kunt zeker ook iets hebben aan elkaars invalshoeken. ‘Ja, je kunt er ook zó mee omgaan’. Na de cursus komen we na een maand of drie weer bij elkaar om te horen hoe het gaat. En ik hoor gelukkig veel positieve reacties. ‘Blij dat ik ben gegaan, ik had het niet willen missen’. Er ontstaan soms ook mooie contacten tussen deelnemers, die dan samen regelmatig iets leuks gaan doen. Ja, dat geeft mij dan ook een goed gevoel. Het is mooi om te zien dat deze mensen hun weg weer hebben weten te vinden in het leven.’

Tekst: Robbert Willemsen

Opgeven voor ‘Leven na Verlies’

Wie zich wil opgeven voor de cursus ‘Leven na verlies’ en daar meer over wil weten, kan contact opnemen met Melle Leffers, telefoon 0593 333728 of email predikantstefanuskerk@gmail.com) Bij voldoende aanmeldingen start de cursus in januari 2020.