Renate Snoeijing: ‘Drentse taal geeft een gevoel van verbinding’

Beilen - Renate Snoeijing (44) uit Emmen volgde op 1 september vorig jaar Jan Germs op als directeur van Huus van de Taol. Na zich eerst georiënteerd te hebben, is zij nu klaar haar stempel te drukken op de promotie van de Drentse taal.

Daarbij komen haar commerciële achtergrond en promotionele vaardigheden goed van pas. Renate wil onder meer alle moderne communicatiemiddelen inzetten om zoveel mogelijk mensen, jong en oud, enthousiast te maken voor meertaligheid. En het Drents als identiteit.

Nieuwsgierig

Bizztravel, Landal GreenParks en sales & marketingmanager bij de Martini Hotel Group… Werkgevers, waar Renate Snoeijing na haar opleiding in Breda aan de Nationale Hogeschool voor Toerisme en Verkeer (NHTV) terecht kwam. Maar toen Jan Germs vorig jaar zijn functie van directeur van Huus van Taol in Beilen neerlegde, wekte dat de nieuwsgierigheid van de geboren Witteveense.

Renate: ‘Ik dacht ‘Huus van de Taol’, wat doen ze daar eigenlijk?’ Ik had daar geen helder beeld bij en juist dat is ook één van de manco’s van de organisatie. Zolang je dat steeds weer moet uitleggen, heb je je doel – het promoten van de Drentse taal – in mijn ogen niet bereikt.’

Loonbedrijf

Dus besloot Renate te solliciteren. ‘Ook omdat ik het Drents een warm hart toedraag. Mijn ouders hadden in Witteveen een loonbedrijf en thuis werd altijd Drents gesproken.’ Opgeteld bij haar Drentse schrijfvaardigheid en commerciële achtergrond, werd Renate uit 28 sollicitanten gekozen als opvolger van Germs. ‘Ik was best een beetje verrast dat ik het was geworden, maar dit past wél helemaal in mijn straatje.’

Taal, zo gaat Renate verder, heeft haar namelijk altijd al gefascineerd. ‘Ik spreek naast het Drents ook Frans, Engels, Duits en Spaans. Die meertaligheid was in mijn vak ook noodzaak. Ik sloot onder meer contracten af in het buitenland. Dan moet je je talen spreken en ook andere culturen aanvoelen. Neem Frankrijk. Daar is het heel belangrijk dat je Frans spreekt om geaccepteerd te worden en met Fransen zaken te kunnen doen.’

Moderne communicatiemiddelen

Terug naar het Drents. Renate ziet het als haar missie deze taal aan de man en vrouw te brengen. De strategie: het inzetten van moderne communicatiemiddelen zoals Facebook, Instagram en LinkedIn. ‘Met alleen een praatje hier en daar of wat promotiemateriaal uitdelen kom je er niet meer. Internet en met name social media is tegenwoordig hét middel om een boodschap te verspreiden.’

Op die digitale podia, geeft Renate meteen toe, zijn tegelijkertijd zóveel ‘prikkels’ dat het moeilijk is een herkenbare positie te verwerven. ‘En daar ben ik nu druk mee bezig. De website aanpassen en op Facebook interactieve dingen doen. Zo hebben we een vraag van de dag, in het Drents. Om 12.00 staat die erop, een uur later hebben we al over de 100 antwoorden. Dan zie je toch dat het Drents leeft. En ik ben niet bang om actief mee te doen op Facebook tijdens discussies. Dat vergt tijd, maar die interactie levert pure winst op. Mensen zien dat meningen je als directeur interesseren, dat je jezelf ook kwetsbaar durft op te stellen. En dat wordt, merk ik, erg gewaardeerd gezien de reacties die ik dan krijg.’

Vooroordelen

Een van de vooroordelen waar Renate (nog steeds) mee te maken heeft: het spreken van Drents zou mensen, vooral kinderen, op een achterstand zetten, omdat je daar buiten Drenthe niet zoveel mee kunt. Er wordt door anderen zelfs minachtend over gedaan.   

Ze zucht even. Dan: ‘Vooropgesteld: ik pleit voor meertaligheid. Dat men naast het ‘normale’ Nederlands ook een andere taal spreekt. Of dat nu Engels, Frans of Drents is. De wetenschap heeft bewezen dat mensen een voorsprong hebben als ze meer dan één taal spreken. Dat kan dus ook Drents zijn. Wie naast Nederlands Drents spreekt, pikt een andere taal gemakkelijker op. Onderzoek heeft tevens uitgewezen dat meertaligheid dementie afremt, helpt bij het herstel na een hersenbloeding doordat het brein heeft geleerd snel te schakelen in taal én dat het spreken van meerdere talen de kwaliteit van het leven met vier of vijf jaar verlengt.’

Niet meer opgevoed met Drentse taal

Renate beseft echter dat het Drents daarbij niet bovenaan staat. ‘Nee, de tijd dat hele generaties met de Drentse taal werden opgevoed ligt achter ons. En we gaan in maart in het kader van streektaalmaand wel de scholen af om voor te lezen in het Drents en bieden hele lespakketten aan, maar dat slaat niet goed genoeg aan. In de dorpen lukt dat het nog wel aardig, in de Drentse steden een stuk minder.’

Dat maakt het Drentse pleidooi van Renate en haar medewerkers bij Huus van de Taol echter alleen nog maar intenser. ‘Drents kan je een identiteit geven, waar mensen tegenwoordig steeds meer naar op zoek zijn. Je hoort ergens bij. Dat geldt voor de huidige inwoners, maar ook voor nieuwkomers, zoals westerlingen en statushouders. Ook is het mijn wens een online cursus Drents aan te bieden. Om de taal vervolgens fysiek te ‘verspreiden’, via lezingen of workshops op scholen, op maat gesneden voor het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs. En voorlezen op de voorschoolse opvang. Kortom, het Drents stevig op de kaart zetten.’

Echt thuis voelen

Nog even over die identiteit. ‘Weet je’, besluit Renate, ‘ik heb voor mijn studie vier jaar in Breda gewoond, zeven jaar in Haarlem. Een jaar in Parijs, waar ik werkte als au pair. Ik heb het overal prima naar m’n zin gehad, maar elke keer als ik terugkwam in Witteveen, Drenthe, en ik Drents kon praten, voelde ik me pas écht thuis. Dát kan de Drentse taal met je doen. Het geeft een gevoel van verbinding, met je omgeving en met de mensen die er wonen.’

Tekst: Robbert Willemsen

Drentse taal onderdeel van Nedersaksisch

De Drentse taal hoort bij het Nedersaksisch. Dat is een verzamelnaam voor een aantal talen, zoals ook het Gronings en streektalen uit Overijssel en Gelderland. De streektalen in het noorden van Duitsland behoren eveneens tot het Nedersaksisch. 

Sinds 2018 is het Nedersaksisch een zelfstandig en volwaardig onderdeel van de Nederlandse taal. Het Rijk en de betrokken provincies bestempelden het Nedersaksisch toen als een beschermde taal, die bevordert diende te worden via bijvoorbeeld meer aandacht voor taalprojecten. Scholen die het Drents willen stimuleren moeten het daardoor gemakkelijker krijgen.

Het Nedersaksisch is bij de Europese indeling van talen gerangschikt onder hoofdstuk 2. Het Fries heeft een hogere status en valt, zo bepaalde de Europese Unie, onder hoofdstuk 3. Dat betekent onder meer dat ook in bestuur en rechtspraak de Friese taal gebruikt mag worden. Er zijn in het verleden lobby’s vanuit diverse instanties geweest om ook het Nedersaksisch in hoofdstuk 3 geplaatst te krijgen, maar dat is nooit gelukt. 

De schatting is dat in Nederland, Duitsland en Denemarken 4,8 miljoen mensen kennis hebben van een van de Nedersaksische streektalen. Het aantal actieve sprekers loopt terug, omdat ouders het vaak niet meer doorgeven aan hun kinderen. Het Huus van de Taol kwam in 2018 met cijfers, waaruit bleek dat die daling in Drenthe de laatste tien jaar weliswaar beperkt is gebleven, maar dat er veel werk aan de winkel is om het Drents ‘levend’ te houden in de provincie.