Steeds minder baardvleermuizen geteld in Westerbork ; Staatsbosbeheer tast in het duister

Bij de laatste telling van baardvleermuizen in de aardappelkelder bij Kamp Westerbork zijn slechts 57 exemplaren geteld. In 2012 waren dit er nog 1005. Boswachter Pauline Arends spreekt van een ‘bizar dieptepunt’.

De baardvleermuizen worden al vanaf 1987 jaarlijks geteld in de voormalige aardappelkelder van Kamp Westerbork. Het rijksmonument is een belangrijke overwinteringsplaats voor de dieren. Tot 2012 was er sprake van een gestage toename, maar de afgelopen acht jaar werden er steeds minder baardvleermuizen geteld.

Raadsel

Waardoor de abrupte daling komt, is voor Staatsbosbeheer een raadsel. „We proberen te achterhalen wat de oorzaak is, maar het is nu vooral gissen,” meldt Arends. Mogelijke oorzaken zijn onder andere de insectenafname, het verdwijnen van zomerverblijfsplaatsen en het gebruik van gif.

Voordat er iets aan de daling gedaan kan worden, moet er eerst meer kennis worden ingewonnen. „Het zou bijvoorbeeld fijn zijn om te weten wat de baardvleermuizen eten, zodat we kunnen onderzoeken of de daling daarmee te maken heeft,” legt Arends uit. „Het probleem is alleen dat de dieren ‘s winters niet poepen, waardoor we in de aardappelkelder geen ontlasting vinden. Tegelijkertijd weten we ook niet waar de dieren zich in de zomer ophouden. Hierdoor kunnen we niet kunnen onderzoeken welke insecten ze eten of mogelijke vergiftig. n.”

Het aantal andere vleermuizen dat in de aardappelkelder overwintert heeft niet te maken met een scherpe daling. Deze aantallen blijven redelijk gelijk.