Geschiedenisles in Buitenpost

Thuis in het Noorden loopt het Bonifatius Kloosterpad, een rondwandeling van 15 kilometer van Buitenpost naar Veenklooster.

Tekst Fokko Bosker 

De rondwandeling naar Veenklooster vanuit Buitenpost begin ik bij het treinstation. Het groene dorp van renteniers, ambtenaren en middenstanders ontstond in de middeleeuwen vanuit het gehucht Lutkepost. Het Groningse ‘lutke’ betekent klein, ‘post’ verwijst naar een buitenste voetbrug waarover reizigers veilig konden oversteken bij hun gevaarlijke tocht door het moeras. Buitenpost raakte vanaf de 17de eeuw in trek bij adellijke families die de voorname Haersma state aan de rand van het dorp bewoonden.
Het heeft de afgelopen nacht stevig geregend. De grond is bezaaid met blaadjes. Een straffe wind uit het noordwesten veegt de laatste plukjes bewolking aan kant. Over een eiken omzoomde weg langs kampjes weiland en woonboerderijen bereik ik het wandel- en fietspad dat onder het Veenklooster bos doorloopt. De afgelopen jaren is de groenstrook drastisch uitgebreid. De bomen, veel hazelaar en eiken, verkeren nog in de tienerfase.
 
COULISSENLANDSCHAP
Het is zompig land. Tussen de aangeplante percelen groen betrap ik een jonge bok, het gewei is nog klein. De ree doet zich tegoed aan het gras. Kruidenrijk grasland en elzensingels, zo kenmerkend voor het coulisselandschap, wisselen elkaar af. Ik loop een stuk langs een manshoge meidoornhaag, een perceelafscheiding die vroeger erg in zwang was. Over de Ulkeloane, een oud zandpad door het veen, loop ik in de richting van het vroegere mannenklooster onder Westergeest. Twee vrolijke wandelaarsters, druk aan de praat, komen mij tegemoet. Gewillig poseren ze als ik ze op de foto zet. Een van hen zegt met een brede glimlach ‘cheese’ en zwaait vrolijk naar de camera. Het is een mooie middag.
 
UITVALSBASIS
De Norbertijner Orde kenmerkte zich door een sobere, eenvoudige levensstijl in dienst van het geloof en de medemens. De stichter Norbert van Gennep richtte de orde op in 1120. De monniken waren herkenbaar aan hun witte kleren, vandaar dat zij ook wel witheren werden genoemd. Hun leefregel van gedeeld bezit en gehoorzaamheid en nadruk op ontginning van woeste gebieden, maakte dat de Praemonstratenzers evenals de Cisterciënzers van Claercamp grote invloed verwierven in Noord-Nederland, een gebied dat nog behoorlijk woest en ontoegankelijk was. Het Norbertijner Bonifatiusklooster in Dokkum diende in de dertiende eeuw als uitvalsbasis voor het stichten van het vrouwenklooster in Veenklooster.
Het brinkdorp Veenklooster, gelegen op een glooiende zandkop tussen klei en veen leende zich uitstekend voor een kloostervestiging. De plek lag op een kruising van wegen van en naar Kollum, Oudwoude, Kollumerzwaag, Lutjepost en Twijzel. Met de komst van ‘Mons Oliveta’, ofwel Olijfberg, ontstond er een dorpje. Al snel bleek het bezwaarlijk om monniken en nonnen op hetzelfde terrein te vestigen. Een geschiedschrijver vroeg zich of wat een muur vermag als de liefde binnendringt. De mannen verkasten naar het ‘Monckehuys, behorende aan ‘t convent Feenclooster’ bij Westerburen. De adellijke jonkvrouwen bleven achter.
 
STORMVLOED
Enkele jaren na de oprichting kregen de nonnen het tijdens de stormvloed in de Sint Barbaranacht op 14 december 1287 zwaar te verduren. De dijken van de Lauwerszee, die in die jaren nog tot Burum reikte, braken door. Veel nonnen kwamen om in de golven. In de daaropvolgende eeuwen groeide dankzij legaten het grondbezit tot zo’n 245 hectare. In 1480 kwam Olijfberg in opspraak omdat de proost van het klooster, Heer Egbert, vijf jonkvrouwen uit een klooster in het Groninger Westerkwartier had ontvoerd. Hij wenste ze niet meer goedschiks af te staan. De afscheiding van Spanje in 1580 en keuze voor het protestantisme door de Friese Staten betekende ook voor Olijfberg de genadeklap. De nonnen verlieten op last van de proost het klooster een jaar eerder.
Aanvankelijk verhuurden de Staten van Friesland het klooster en omliggende terrein, maar in 1644 verkochten ze het domein aan Sjouck van Fogelsangh. De nieuwe eigenaren gaven het landgoed de naam Fogelsangh State. Veenklooster kreeg het aanzicht van een brinkdorp in de noardlike Fryske Wâlden. De kloostergebouwen maakten plaats voor een landhuis met bijgebouwen. Bij een renovatie in 2002 bleek een deel van de fundamenten te bestaan uit kloostermoppen, grote bakstenen die de monniken uit Friese klei bakten. Bijzonder is dat het adellijk grondbezit nog intact is, dat wil zeggen: in handen van de landheer, de familie Van Harinxma thoe Sloten. ‘Feodale’ bezitsverhoudingen zijn in Veenklooster nog ongestoord aanwezig. Telgen van de adel bewonen op gezette tijden hun eigen state.
 
IJSKELDER

Het omliggende park, ooit getypeerd als het meest noordelijke bos van Nederland, is in 1840 ontsproten aan de tekentafel van de befaamde tuinarchitect Roodbaard. Onder een van de heuvels bevindt zich een ijskelder, waarin het ijs uit een vijver bewaard bleef om zomers te kunnen gebruiken. Roodbaard voorzag het klassieke park van zwierige kronkelpaden, grillige vijverpartijen, een hertenkamp, een hermitage en een theehuis. In de hoge eiken en beuken bevindt zich een grote reigerkolonie. De ijsvogel broedt regelmatig in het bos, evenals de havik. Spechten, wielewaal en koekoek voelen er zich thuis.
Over de Mûntswei, de oude verbindingsweg tussen mannen- en vrouwenklooster loop ik terug naar Veenklooster. De eiken vormen een prachtige langgerekte tunnel. In de verte aan het eind zie ik It Lytse Slot opdoemen. Langs het Veenklooster bos wandel ik over de Fogelsangloane, een mooi breed pad door een groene singel, en het Pibo van Domapaad naar Buitenpost en passeer daarbij opnieuw de kronkelende Swadde. Het riviertje fungeerde voordat het de gemeenten scheidde ook als grensrivier voor de bisdommen Münster en Utrecht, die maar al te vaak met elkaar overhoop lagen.

ROUTEBESCHRIJVING MET WANDELKNOOPPUNTEN (15 KM)​
Met rug naar station Buitenpost RA (56), Stationsstraat oversteken, Schoolstraat en vervolgens streekpad volgen tot aan Groninger Straatweg (RA), vervolgens RA Egypte, voor viaduct RA spoor over (22), RA om boerderij heen, fietspad volgen. LA tunneltje onder weg door, LA en RA Poelepaad. Op 40 RA naar 25, op weg Hanenburch RA. In Veenklooster (25) LA Voorstraat en RA Ulkeloane, einde (46) RA naar de Triemen en RA Mûntswei. LA Fogelsangloane (34). RA Pibo van Domapaad (38), einde LA (52) door tunnel en rechtdoor W.H. van Heemstraweg naar treinstation (56).

PRIOR OLIJFBERG ONTVOERT GRONINGSE JONKVROUWEN​
Hoe preciezer we willen weten, hoe moeizamer het is de feiten van fictie te onderscheiden. Over het Premonstratenzer- of Norbertijner klooster Mons Oliveta in Veenklooster zijn een paar schaarse bronnen bekend. Zeker is dat het latere vrouwenklooster is opgezet als dubbelklooster vanuit het Bonifatiusklooster in Dokkum. Dat klooster was weer een dochter van een van de oudste en grootste kloosters in Friesland, Mariëngaarde in Hallum. De ligging op een zandkop in het getijdenlandschap tegen de veenmoerassen aan, maakte Veenklooster strategisch aantrekkelijk. Lange tijd lag hier het meest noordelijke bos van Nederland.

BONIFATIUS KLOOSTERPAD
Deze afwisselende wandelroute vanaf het treinstation in Buitenpost maakt deel uit van het vorig jaar november gepresenteerde Bonifatius Kloosterpad, een route langs voormalige kloosters en uithoven tussen Schiermonnikoog en Wolvega over 450 kilometer én heeft ook een overlap met het nieuwe streekpad Noardlike Fryske Wâlden. Dit prachtige pad in beheer bij Wandelnet voert over 165 kilometer door het coulisselandschap van Noordoost-Friesland.