Drentsche Aa is er niet alleen mooi, maar het Nationaal Park vertelt ook een verhaal

Lezers van <i>Dagblad van het Noorden</i> delen hun mooiste plekjes in Drenthe of Groningen. André Brasse uit Roden gaat ons voor in Nationaal Park Drentsche Aa.

Het Nationaal Park Drentsche Aa bestaat sinds 2002 en beslaat grofweg het gebied tussen Schoonloo en Groningen. Een landschap met een eigen biografie. In 2015 verscheen Landschapsbiografie van de Drentse Aa. In zijn voorwoord noemt Rein Munniksma, dan gedeputeerde van Drenthe, het Drentsche Aa-gebied ‘een redelijk ongeschonden landschap zoals we dat in Nederland eigenlijk niet meer vinden’.

Delen van het Nationaal Park (NP) zijn als Natura 2000 gebieden Europees beschermd, maar een NP hoort, zo staat het in de wet, voor publiek toegankelijk te zijn. ,,We laten mensen toe waar het kan en houden ze weg waar het moet’’, zegt André Brasse uit Roden die vanuit het Instituur voor Natuureducatie (IVN) de educatie, recreatie en voorlichting coördineert.

Dat gebeurt namens alle belanghebbenden waaronder Staatsbosbeheer, Drents Landschap, bewoners en boeren, recreatiesector, waterschap Hunze en Aa’s en waterbedrijf Groningen. Dat haalt bij De Punt water voor de Stadjers uit het Drentse stroomdallandschap.

80 procent bezoekers afkomstig uit regio

NP Drentsche Aa kent meer dan 30 toegangswegen, dus exacte bezoekersaantallen zijn niet te geven. ,,Maar op basis van gegevens van hotels, restaurants en campings komen we op een schatting van 1.000.000 bezoekers per jaar’’, weet Brasse. ,,Daarvan is 80 procent afkomstig uit een straal van 30 kilometer rond het park.’’

Bij het park zijn veel partijen betrokken. ,,Alle neuzen dezelfde kant op krijgen kost soms wat tijd’’, zegt Brasse die de overlegstructuur uniek noemt. ,,In Noorwegen is het bijvoorbeeld zo dat de regering zegt hoe het moet en dat gebeurt dan ook. Daar kijken ze er dan weer heel vreemd tegenaan hoe wij het hier doen.’’

Opvallend is dat het NP Drentsche Aa een van de weinige van de twintig Nationale Parken in Nederland iszonder bezoekerscentrum. ,,Dit is geen park in die zin dat er een hek om een mooi natuurgebied staat’’, zegt Brasse. ,,Het is als het meest gave beekdal- en esdorpenlandschap in West-Europa, uniek omdat er mensen wonen en er geboerd wordt. Die combinatie van natuur met het cultuurhistorische verhaal, geïllustreerd met sporen van menselijke beschaving, vind je nergens anders.’’

Hij wijst op de afwisseling binnen het NP met het weidse beekdallandschap, de bossen, de oude houtwallen rond Anloo. ,,De Strubben/Kniphorstbosch is het enige archeologische reservaat van Nederland. Het park telt twee grote schaapskuddes, op het Balloërveld en in het stroomdal bij Schipborg, waarvan de laatste de begrazing door schapen combineert met heidekoeien, wat heel bijzonder is.’’

Het landschap voor kunstmest en prikkeldraad

De Drentsche Aa is geen museumlandschap. Het referentiepunt is het beek- en esdorpenlandschap zoals dat er omstreeks 1800, voordat kunstmest en prikkeldraad bestonden, uitzag. ,,Maar beheren is ook telkens keuzes maken’’, weet Brasse.

Op de Kymmelsberg bij Schipborg, waar ooit de fine fleur uit de stad Groningen samenkwam, zette kunstschilder Evert Musch in de jaren vijftig zijn schildersezel neer om het beekdallandschap vast te leggen. Een stil protest tegen destijds voorgenomen ruilverkaveling.

De Cultuurtechnische Dienst Drenthe (CDD) maakte in 1958 plannen voor verbetering van het waterbeheer. Na de oprichting van Waterschap Drentsche Aa werd de ruilverkaveling in Anloo en Rolde voorbereid.

De Provinciaal Planologische Dienst (PDD) zat op een heel ander spoor. Harry de Vroome, landschapsconsulent bij Staatsbosbeheer en met Freek Modderkolk en Edgar Stapelveld, pleitbezorger van het eerste uur, zetten in ‘Gedachtenplan’ (januari 1966) de eerste schetsen voor een stroomdalreservaat op papier.

Het Drents Landbouw Genootschap (DLG) reageerde in september 1967 met een heus zwartboek: ‘Deining om de Drentse aa’, waarin het algemeen belang van een stroomdalreservaat in twijfel wordt getrokken. Het duurde tot november 1969 voordat overheid en boeren tot een vergelijk kwamen en een voorzet gaven tot wat het hedendaagse Nationaal Park Drentsche Aa is.