Spannend tot de laatste maiskolf, maar wilde zwijnen laten zich niet zien bij maisoogst in Hoogersmilde

Alsof de wilde zwijnen in het Vorrelveen tussen Beilen en Hoogersmilde wisten dat er boa’s met geweren op de loer lagen. Het ongewenste grote wild liet zich niet zien.

In en rond drie maisvelden, die samen 25 hectare groot zijn, is een aantal weken geleden de eerste rotte zwijnen op Drentse bodem ontdekt. Solitaire dieren komen vaker voor, maar een groep van vijf, rotte in vaktaal, was niet eerder gesignaleerd. En omdat de provincie een nullijn hanteert voor groot wild (vanwege de landbouwschade, verkeersveiligheid en verspreiding van Afrikaanse varkenspest) moeten de dieren worden afgeschoten. Dat is makkelijk gezegd dan gedaan, zo blijkt.

De opzet: de mannen van het loonwerkbedrijf oogsten de mais op het land van boer Helfriech Tiemens en zorgen er zodoende voor dat het maisveld steeds kleiner wordt. De bedoeling: op een gegeven moment staat er nog maar zo weinig mais overeind, dat de dieren er geen beschutting meer vinden, op de vlucht slaan en dus het open veld in rennen. Het resultaat: boa’s liggen met hun geweer in aanslag klaar om de zwijnen te schieten, maar uitgerekend deze dag zijn de dieren even ergens anders.

‘Daar zijn ze!’ Niet dus

RTVDrenthe doet deze dag nog eens dunnetjes over wat Dagblad van het Noorden een dikke week eerder al deed: dronebeelden maken van het perceel. Opwinding, want beweging in het veld. ,,Daar zijn ze!’’ Niet dus. Het zijn zeven reeën, die zich onbespied wanen tussen de lange dichte stengels.

Een plaatselijke jager, die niet met naam en toenaam in de krant wil en vanaf de andere kant van het maisveld toekijkt (zonder geweer, want het schieten van groot wild mag in Drenthe alleen door aangewezen boa’s worden gedaan) is stellig: ,,Dat ze op de dronebeelden niet zijn te zien, zegt niks. Ik schiet in Duitsland ook zwijnen en dan maken we ook wel gebruik van drones. Vanuit de lucht zie je soms niets en dan ineens komen er toch vier, vijf, zes wilde varkens tevoorschijn.’’

En dus blijft het spannend tot de laatste maiskolf is geoogst. Elke ronde maakt de hakselaar het maisveld korter en smaller. De reeën, die door de drone zijn vastgelegd, komen tevoorschijn en kiezen het hazenpad. Ze rennen in één streep naar het bosperceel, waar de boa’s zich hebben verschanst. ,,Kijk’’, zegt de jager, turend door zijn verrekijker. ,,Nu ruiken ze de aanwezigheid van mensen en wijzigen hun koers.’’ De dieren zoeken een veilig heenkomen in het bosperceel en verdwijnen uit het zicht.

‘We moeten de kostenkant niet uit het oog verliezen’

Drenthe is volgens de jager de enige provincie waar alleen aangewezen boa’s groot wild mogen schieten. ,,Dat is prima, maar we moeten ook de kostenkant niet uit het oog verliezen. Plaatselijke jagers kennen het gebied en doen het gratis, terwijl deze mannen op de loonlijst staan. En ze hebben de afgelopen weken al heel wat uurtjes doorgebracht in dit gebied.’’

En dan staat er nog één lange strook mais. ,,Als ze er zitten, moeten we ze nu gaan zien’’, zegt de jager. En het moet gezegd: iets van spanning neemt toe. De strook wordt korter en korter, de focus groter en groter. ,,Bij de boa’s in het bosje zal de spanning ook wel toenemen’’, doorbreekt de jager op zachte toon de stilte. Want ja, als de dieren plotseling tevoorschijn komen, moeten ze met twee man vijf zwijnen afknallen. ,,Ik weet niet wat voor geweren ze hebben, maar normaal gesproken kun je doorladen en opnieuw schieten.’’

Zover komt het niet. Ook na de laatste maiskolf laten de zwijnen zich niet zien. ,,Dan zitten ze toch ergens anders’’, is de terechte conclusie. Volgende keer beter, appt provinciaal boa Robert Altena vanuit het bosperceel.