De boerin is troef

Dorien Benning-de Wal schreef deze week de column De Boer op:

Ik ben boerin. Een titel waar ik trots op ben.

Toen ik verkering kreeg met mijn boer, 16 jaar geleden, twijfelde ik over het gebruik van deze titel. Wanneer ben je een boerin? Alleen al als je samen bent met een boer? Net als bij de koning en de koningin? Ik kan geen andere beroepsgroep bedenken waarbij er -in wordt geplaatst achter de vrouw van. Moet ik voor de titel ‘boerin’ trekker kunnen rijden en koeien kunnen melken? Moet ik de muziek van Bennie Jolink mooi vinden? Ik zat op de PABO om leerkracht te worden in het basisonderwijs en hielp in de weekenden mee op de boerderij.

We woonden eerst een paar jaar samen in het dorp en nu alweer 9 jaar echt op de boerderij. Onze vier kinderen werden geboren. Naast de zorg voor ons kroost en mijn baan in het onderwijs, breiden mijn taken op de boerderij steeds meer uit.

Ik heb de educatieboerderij opgericht en ingericht. Lespakketten zijn ontworpen en samengesteld. Met als doel om alle kinderen uit de omgeving minimaal één keer op de boerderij te ontvangen voor een boerderijles. Ze leren met hoofd, hart en handen over de verzorging van de dieren en het land met natuurbeheer.

Ik help en ondersteun op kantoor en op het erf waar dat nodig is. ‘De boer dat is de keerl die ’t mot doen.’ Als het gaat over rijden op de trekker en het melken van de koeien. Want dat doe ik (nog) niet. En toch voel ik mij op en top boerin.

De boerin is troef.