Jaaaaahhhhhhh!

Er gold maandenlang een ophokplicht voor kippen. Dat betekende dat ook de kippen van Hans Brinke niet van stal mochten. Onlangs was het eindelijk weer zo ver, ze mochten weer proeven van het buitenleven:

Ik krijg mijn kippen altijd als ze zeventien weken oud zijn. Dan zijn ze lekker aan het puberen, je voelt als het ware de hormonen door het hok gieren. Zeker de eerste paar weken. De koppel die ik nu heb, kreeg ik eind oktober, zes dagen nadat de ophokplicht inging.

Mijn kippen komen van een opfokker. Die heeft veel meer verstand van het opvoeden van heel kleine kuikentjes naar goede hennen, vlak voordat ze een eitje gaan leggen. De periode daarna, dáár heb ík verstand van. Hoe ondersteun je de kip het best als ze een eitje gaan leggen en vooral ook hoe houd je je kippen blij. Want een blije kip is een blije boer.

In de biologische opfok komen de jonge hennetjes ook al buiten. Er wordt ze dus bewust geleerd en gestimuleerd buiten te zijn. Dat ze bij mij niet naar buiten mochten was een beetje een domper. Maar ja vogelgriep betekent dat je alle kippen kwijt raakt, dus echt veel keus heb je niet. Ik moet zeggen dat ik daar ook wel erg bang voor was.

Uiteindelijk mochten onze kippen op 30 juni weer naar buiten. Dat was echt een geschenk. Heerlijk. Alleen al de wetenschap dat als ik de deur uitga ik kippen in de weide hoor, daar word ik blij van.

Jammer genoeg gaat dat niet zoals bij de koeien, dat gaat de eerste dag vaak met veel enthousiasme. Kippen zijn wat afwachtend, wat dat betreft lijken ze wel een beetje Drents. Eerst even de kat uit de boom kijken. Loeren naar waar het gevaar is en als er geen gevaar is, dan pas naar buiten. Het duurde een dag of vier voordat ze met zijn allen als een speer naar buiten renden als de kleppen van het kippenverblijf open gingen.

Mijn moeder zei na een paar dagen: ‘Wat is er toch met de kippen gebeurd, ze zijn zo rustig.’ Bewijzen kan ik het niet hoor, maar ik denk dat de kippen het buitenleven gemist hebben. Gewoon een frisse neus, even alleen naar je eigen gekakel luisteren.

Ik probeer minstens één keer per week er bij te zijn als de kleppen naar buiten los gaan. Het lijkt net als op het schoolplein en de deuren gaan open. Misschien verbeeld ik het me maar ik hoor telkens toch ook echt: jaaaaahhhhhhh!