Vrolijke randen

Geke Enting schreef deze week de column De Boer op. Onderwerp van gesprek dit keer het Jacobskruiskruid, dat overal vrolijk groeit. Nou ja, vrolijk? De boeren zijn er niet blij mee:

Ik reed over de A28 richting het zuiden. Het valt me op hoe geel de bermen langs de snelweg zijn. Prachtig? Of toch niet? Deze gele bloem is in veel gevallen het giftige Jacobskruiskruid.

Wanneer onze dieren dit in het land zien staan, weiden ze er keurig om heen. Als er (te)veel Jacobskruiskruid in onze wintervoorraad gras komt, kan een dier het niet herkennen en dus niet uitselecteren. Als de dieren (te)veel gif van dit kruid binnen krijgen worden ze ziek en kunnen ze er zelfs aan dood gaan. Om dat te voorkomen, trekken we met regelmaat Jacobskruiskruid op en langs de percelen uit de grond. Het klinkt misschien eenvoudig, maar naarmate de planten groeien is het er met wortel en al uittrekken een hele klus.

Met het trekken of steken van Jacobskruiskruid hebben we bedekte kleding en handschoenen aan. We verzamelen de planten in een grote bak om ze vervolgens via de grijze container af te voeren. De mesthoop of groene container is geen optie omdat we het daarmee in de kringloop houden. Kortom, met regelmaat een ronde Jacobskruiskruid trekken is voor ons van groot belang voor de diergezondheid. Naast wat we zelf doen, zou het wenselijk zijn dat de gele overwoekerde bermen met Jacobskruiskruid aandacht krijgen en fors worden verminderd.

Prachtig de akkerranden en de kleurrijke middenperkjes, laten we daarnaar streven! Akkerranden hebben verschillende functies; het kan worden ingezet als natuurlijke plaagbeheersing of voor verrijking van de biodiversiteit.

Over natuurlijke plaagbeheersing gesproken, dit jaar experimenteren we met inzet van sluipwespen om het aantal vliegen te verminderen. Een sluipwesp is klein en is een natuurlijke vijand van de vlieg. Ze parasiteren zich met de angel in de vliegenpop, waardoor de pop van de vlieg sterft. De levenscyclus van een sluipwesp is 3 weken. Iedere 3 weken krijgen we een pakketje met daarin ‘nieuwe’ sluipwespen om uit te zetten. We zijn gewend dat we op de boerderij meer vliegen hebben dan in het dorp. Ook dit jaar gaan de vliegen ons zeker niet ongemerkt voorbij...

Zo rijdend over de A28 zie ik het eigenlijk wel zitten, weg met de vliegenmepper en vanuit de auto kijkend naar vrolijk, gekleurde bermen: klaprozen, zonnebloemen, lupinen, gipskruid, boekweit, dille, klaver en een enkele Jacobskruiskruid, rustig in de wind op en neer wiegend.