Wat is jouw droom

Elvira van Maanen kijkt in deze column De Boer op terug op de dromen van weleer, maar ook zeker naar de toekomst.

“Wat is jouw droom? Wat houd je wakker? Waar denk je steeds over na? Wat wil je doen? Liever nu dan later, wat staat er bovenaan? Het begin van de songtekst van Make Some Noise Kids, die ook een lied voor de Kinderboekenweek uitbracht.

Alle kinderen hebben ze wel: dromen voor ‘later als ik groot ben’. Dromen over wat ze willen worden. Maar ook bij volwassen leeft het: Wat is jouw droom? En, durf je je droom achterna te zitten? Mijn man en ik weten het wel. Wij droomden altijd al van een toekomst in de (melk)veehouderij. Ons hart ligt bij het werken met koeien en land in de breedste zin van het woord. Van grond tot mond, van gras tot glas, van zaadje tot .. Rib-eye. We vinden het prachtig om voedsel te produceren: een primaire levensbehoefte voor de mens. En daarbij te werken met levende wezens, op en onder der grond. Een zinvol beroep, onmisbaar. Althans dat vinden wij.

Niet makkelijk

Boer worden in Nederland is niet zo makkelijk. De sector is heel kapitaalintensief, zeker als je, zoals wij, het liefst met (melk)koeien werkt en ook nog eens zoveel mogelijk zelfvoorzienend wilt zijn: zelf het voer voor je vee verbouwen. Als je geen familiebedrijf over te nemen hebt, zijn de kansen om boer te worden klein, zeer klein. Toch besloten wij ervoor te gaan. Die zeer kleine kans te pakken. Te beslissen op welke dingen we concessies wilden doen en op welke niet.

Het resultaat? Ruim 3 jaar geleden kochten we onze huidige boerderij: geen melkkoeien maar vleeskoeien en geen eigen land, maar natuurbeheer voor Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten. Kortom, flink wat concessies, maar we zijn wel boer. We zijn in de basis voedselproducent. Toch?

We hebben een prachtige koppel koeien: gezond en productief. We hebben een rendabel bedrijf met goedlopende boerderijwinkel. We leven onze droom. Of toch niet?

Consessies

Afgelopen jaar hebben we diep in ons hart gekeken. Leven we echt onze droom? Hebben we niet teveel concessies gedaan? Kunnen we nog achter de keuzes staan die anderen zoals overheid en landeigenaren, voor ons maken en tot hoever gaan we daar in mee? Benutten we de talenten die ons gegeven zijn wel genoeg? Zijn we in de basis nog wel voedselproducent? Leven we nu echt onze droom?

Het antwoord op voorgaande vragen was te vaak nee. Dus restte ons maar één conclusie: een bord in de tuin: de boerderij in de verkoop en terug naar die droom. Of beter gezegd, op naar die droom. Nog even terug naar een stuk uit dat liedje: “Wat is jouw droom, als alles kan? The sky is the limit, je weet het diep van binnen, niets is onmogelijk. Er ligt een toekomst klaar, dus droom nu maar.” Wat een advies.

Dus dat doen we. En waar het ons brengt? Dat zien we dan wel weer. Wij hebben er vertrouwen in dat we naar een plek geleid worden waar we onze droom kunnen waarmaken. Net zoals we hierheen geleid zijn. Want uiteindelijk is niet alleen de bestemming belangrijk maar ook de reis. En dit tussenstation hadden we absoluut niet willen missen.