Van de notaris
Door Ellen van Pelt

Samenwoonpartner en testament

In een samenlevingscontract kunnen er afspraken gemaakt worden.

Het gaat bijvoorbeeld dan om:

  • de verdeling van de kosten van boodschappen, kleding, woonlasten;
  • de bankrekening(en);
  • de eigendom van inboedel en andere bezittingen;
  • partnerpensioen;
  • een verblijvingsbeding.

Over het laatste, veel startende jonge samenwoners nemen in hun samenlevingscontract een regeling op voor het geval één van de partners overlijdt, een zogenaamd ‘verblijvensbeding’. Alle gemeenschappelijke bezittingen en schulden kunnen door dat beding in geval van overlijden bij de langstlevende partner blijven.

Een verblijvensbeding is voor startende jonge samenwoners die (nog) niet veel privébezit hebben een prima oplossing en het voorkomt dat ze vroegtijdig kosten moeten maken voor een testament. Toch zit er een addertje onder het gras. Als er later kinderen geboren worden weten veel mensen niet dat een samenlevingscontract dan geen sluitende langstlevende regeling meer biedt. Kinderen kunnen ondanks het contract gewoon hun minimale wettelijk erfdeel, ook wel genaamd de legitieme portie, opeisen van de langstlevende.

Samenwoners met kinderen moeten altijd een testament maken om te voorkomen dat de erfdelen van de kinderen opgeëist kunnen worden. Ook voor samenwoners die een testament hebben gemaakt vóór de herziening van het erfrecht in 2003 is het van belang dat zij laten nakijken of het testament niet onder de uitzonderingen van de Overgangswet valt, waardoor kinderen toch hun legitieme portie kunnen opeisen.

Wilt u meer weten? Belt u mij gerust eens voor een afspraak.