Gemeente pakt regie bij integratie statushouders

Beilen - Meedoen. Dat is de achtergrond van het gemeentelijke Actieplan Statushouders dat sinds januari loopt. Wethouder Anique Snijders is er zoals ze zelf zegt ‘erg enthousiast’ over, want het biedt perspectief voor de statushouders, vluchtelingen met een verblijfsvergunning, in Midden-Drenthe:

Uitgangspunt is dat de gemeente de regie neemt op het hele traject van de statushouders. Er is sprake van maatwerk per statushouder, waarbij het doel is snelle integratie en participatie. Daarbij worden ze geholpen door ons gemeentelijk netwerk en het wordt breed gedragen door allerlei instanties en ondernemers. Bezig zijn via bijvoorbeeld werk of vrijwilligerswerk. Met veel aandacht voor de taalvaardigheid. Ik vind het belangrijk dat mensen meedoen en aan het werk gaan. Dat ze uit de bijstandssituatie komen. Dat is goed voor de betrokkene en voor de gemeente’. De statushouders maken zo’n twintig procent uit van de mensen met een bijstandsuitkering.

Niet wachten

Dit actieplan is een eigen plan van de gemeente en andere gemeenten hebben ook al interesse getoond. Het is opgesteld in aanloop naar de wijziging van de Wet inburgering door Den Haag. Daar moet je niet op wachten, maar op anticiperen en dat is met het actieplan gedaan. Het gaat om zo’n honderd statushouders die onder begeleiding van de gemeente en meewerkende partijen als Vluchtelingenwerk, Humanitas Midden-Drenthe, de gezamenlijke kerken, het Taalhuis en ondernemers hun weg gaan vinden in onze samenleving.

Stephanie Blok (beleidsmedewerker participatiewet en statushouders) is niet minder enthousiast en benadrukt het belang van de brede aanpak met de vele partners: ‘Met het plan van aanpak volgen we een aantal thema’s als gezondheid en welzijn, maar ook opvoeding en seksualiteit. Ook hebben we bekeken welke instanties ze tegenkomen en hebben die bij elkaar gehaald om te zien wat die doen. We hebben nu in kaart welke partijen een rol spelen in dit integratieproces en daar hebben we elk kwartaal overleg mee om te zien hoe het gaat.’

Een ander punt van belang is de huisvesting. Snijders: ‘Het begint met de huisvesting en daarmee zitten we op schema. Dat gebeurt via de woningcorporaties.’

Aan de slag

De statushouders worden niet zomaar ergens heen gestuurd voor werk, zegt Snijders: ‘We gaan met ze in gesprek over: wat zou voor jou de beste plek zijn? Het gaat niet anders dan bij de reguliere cliënten in de bijstand. Je moet alleen wel flink aan de slag met de Nederlandse taal. Daarbij maken we gebruik van de kracht van andere partijen zoals Humanitas en het Taalhuis.’

De gemeente wacht overigens niet tot ze hier wonen, zegt Blok: ‘Op het moment dat ze in een azc zitten en wanneer we weten dat ze aan onze gemeente zijn toegewezen, dan gaan we al met ze in gesprek. Daarmee zorgen we voor een ‘warme overdracht’.’

Dichter op

De ervaring tot nu leert dat de statushouders wel mee willen doen. Snijders: ‘De meesten willen wel, maar je moet ze meenemen bij de hand en een traject voor ze uitstippelen. Zorgen dat ze goed uitstromen en niet meer in de bijstand terugkeren. Ze horen er ook bij. Dus dezelfde behandeling met extra middelen van het Rijk. Daardoor komt het budget voor mensen in de bijstand niet onder druk. Als we niks doen, dan zit een deel over een paar jaar nog steeds in de uitkering en en wordt het alleen maar moeilijker. We deden al het nodige, maar we gaan er nu nog dichter op zitten.’