Natuur om de hoek
Door Paul Mentink

Houtduif

Toon Hermans was misschien wel de beste cabaretier van Nederland. Als vogelaar vond ik zijn conference als ornitholoog, ook bekend onder de naam poelifinario, prachtig. Ik heb zelfs jaren geleden mijn hond naar een van Toons vogels vernoemd, namelijk Kroet.

Hij had echter ook een andere conference waarin een vogel een prominente rol speelde. Dat was zijn auditie als goochelaar, toen bleek dat de duif te lang in het zwarte doosje had gezeten. Toons gevleugelde woorden ‘De doif is toot’ doen mij altijd weer denken aan een bijzonder voorval uit mijn jeugd.

Mijn broer en ik hielden indertijd postduiven en we keken vaak in de lucht als er duiven rondvlogen. Op een gegeven moment zagen we een houtduif vliegen. Op zich niet interessant en we wilden hem eigenlijk alweer de rug toekeren, toen hij plotseling bijna loodrecht naar beneden viel. Nu was het incident op een grote akker en er was geen jager te bekennen, dus we liepen gelijk naar de plek waar de onfortuinlijke vogel was ‘neergestort’. Hij lag er nog steeds. Echter, toen mijn broer hem wilde oppakken, vloog hij gelijk weer weg. Alsof er niet gebeurd was, ons met een groot raadsel achterlatend.

De houtduif was en is geen zeldzame verschijning. Met ongeveer een half miljoen broedparen is dat niet onlogisch. Tel daarbij de grote aantallen trekvogels in de winter, dan is het vreemd als je nog nooit een houtduif hebt gezien. Mede door de omschakeling van graanteelt naar mais is het totale aantal houtduiven in Nederland de laatste decennia verrassend genoeg enigszins afgenomen.

Sommige mensen denken daar misschien anders over, maar er heeft een verschuiving plaatsgevonden van cultuurgronden naar de stedelijke omgeving. Daar is tegenwoordig genoeg voedsel voor hem te vinden en is het aantal roofvogels vaak veel lager. Daardoor lijkt het alsof het aantal houtduiven is toegenomen.

De grootste duif in ons land, met een witte vlek in zijn nek en een opvallende witte streep op zijn vleugels, is in vrijwel overal te vinden. Zolang er maar bomen in de buurt staan waar hij kan broeden. In boomloze gebieden, zoals in delen van de Flevopolders en Friesland, komt hij minder voor.

Evenals bij enkele andere duiven blinkt het nest van de houtduif niet uit door zijn stevigheid. Het zijn ogenschijnlijk rommelig op elkaar gestapelde takjes. Het komt dan ook wel eens voor dat het nest uit de boom valt of dat een of beide eieren er doorheen zakken. Daar komt bij dat het eerste broedsel in het voorjaar meestal niet erg succesvol is. Vaak als gevolg van nestpredatie door andere vogels. Een houtduif kan drie broedsels per jaar produceren, waarvan de latere broedsels in het algemeen wel tot wasdom komen.

paul@paulmentink.nl